Index

De Aventurijn

Hoofdstuk 5. De zorg voor de leerlingen

5.1 Organisatie en inhoud van de zorg op de Aventurijn

Vanuit het algemene uitgangspunt over ‘Zorg’ hebben wij als team op onze school als basisregels:

  • Wij zien de zorg voor kinderen als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
  • Op dit gegeven is onze interne zorgstructuur gebaseerd.
  • Bij ons onderwijskundig en opvoedkundig handelen gaan we ervan uit dat elk kind positieve kenmerken heeft en dat elk kind met zorg wordt omgeven.
  • Speciale kinderen hebben recht op onze speciale zorg en aanpak, zonder dat daarbij de belangen van andere kinderen uit het oog worden verloren. (Zie ons SOP)

5.1.1 Het volgen van de ontwikkeling van de leerlingen

De leerkrachten houden de resultaten van de leerlingen bij door middel van de methodegebonden toetsen en observaties. Daarnaast nemen wij ook toetsen af van DIA. DIA is een onafhankelijk leerlingvolgsysteem, waarbij wij de groei van onze leerlingen kunnen vergelijken tov zichzelf, maar ook tov de landelijke norm.  Deze toetsen nemen wij af voor de vakgebieden spelling, technisch lezen, begrijpend lezen en rekenen.

Na afname van de toetsen worden de resultaten ingevoerd in ParnasSys. De leerkrachten kunnen daarna van ieder afzonderlijk kind een overzicht krijgen, maar ook van de groep als geheel. Bij de resultaten van deze toetsen kan het kind of de groep ook vergeleken worden met de landelijke norm. Aan de hand van de resultaten worden individuele doelen en/ of groepsdoelen gemaakt en uitgevoerd door de groepsleerkracht en het kind. Voor kinderen met leerverlies schrijven we een Ontwikkeldocument voor het vak waarop leerverlies is. Via het Ouderportaal van ParnasSys kan een ouder/ verzorger  te allen tijde de resultaten van het kind inzien. Tijdens de toetsperiodes in januari en juni is het Ouderportaal gesloten. Zo hebben de leerkrachten de tijd om de resultaten in te voeren, te analyseren en er vervolgens actie op ondernemen. Als het Ouderportaal weer open gaat, kunnen leerkrachten dan ook gedegen antwoord geven op vragen van ouders. In Unit Onderbouw wordt de voortgang van de kinderen geobserveerd met het Kindvolgsysteem. Tijdens de oudergesprekken houdt de leerkracht de ouders op de hoogte over de ontwikkeling van het kind a.d.h.v. dit observatiesysteem.

We volgen onze leerlingen niet alleen op cognitief gebied, maar ook op sociaal-emotioneel gebied. Dit doen we met de checklist van ‘Looqin’. Vanaf Unit Bovenbouw vullen kinderen dit ook zelf in. Op deze manier krijgen we een compleet beeld van hoe het met het kind gesteld is. Ook deze resultaten worden met ouders/ verzorgers besproken.

De kinderen krijgen twee keer per jaar een portfolio mee naar huis. Een deel van dit portfolio is ook digitaal in te zien via het Ouderportaal van ParnasSys. Op verschillende momenten gedurende het schooljaar worden ouders (met hun kind) uitgenodigd voor een gesprek met de mentor. De gespreksplanning voor een schooljaar ziet er als volgt uit:

September

  • Doelengesprekken Unit Middenbouw en Bovenbouw. Voor iedereen verplicht. Gesprek met kind én ouders

November

  • Oudergesprekken groep Middenbouw en Bovenbouw op verzoek. Liefst met kinderen erbij.
  • Oudergesprekken Unit Onderbouw. Voor iedereen verplicht.

Januari

  • Portfolio gaat mee in Unit Onderbouw en leerjaar 4
  • Voorlopig schooladvies leerlingen van leerjaar 8.

Februari

  • Oudergesprekken Unit Onderbouw, Unit Middenbouw en  leerjaar 6 van Unit Bovenbouw. Voor iedereen verplicht. De kinderen van leerjaar 5 en Unit Bovenbouw geven een presentatie van hun portfolio aan hun ouders.

Maart

  • Definitief advies gesprekken leerjaar 8.

Juni

  • Pré-adviesgesprekken leerjaar 7 leerlingen Unit Bovenbouw. Voor iedereen verplicht. Gesprek met kind én ouders.
  • Oudergesprekken Unit Onderbouw en Middenbouw en leerjaar 6 van Unit Bovenbouw op verzoek. Liefst met kinderen erbij Unit Middenbouw en Bovenbouw.

Tussen deze gespreksmomenten door kunnen ouders altijd uitgenodigd worden voor een gesprek indien daar aanleiding toe is. Andersom kan dat natuurlijk ook. Daarnaast hebben alle kinderen elke drie weken onder schooltijd een gesprek met hun mentor.

5.1.2 Speciale hulp binnen de klas

Na de afname van de toetsen en observaties worden de resultaten eerst met het kind zelf en daarna met de intern begeleider en de directeur besproken. De leerkrachten bepalen wat de groeps/ leerjaardoelen worden voor het komende half jaar. Daarnaast wordt er gekeken met welke persoonlijke doelen leerlingen aan de slag gaan. De intern begeleider adviseert de leerkrachten bij het geven van extra hulp binnen de unit. Er worden afspraken gemaakt over de extra hulp die de leerlingen binnen de unit krijgen. De gemaakte afspraken worden vastgelegd en geëvalueerd in het Ontwikkeldocument. Dit geldt alleen voor leerlingen die op een toets leerverlies laten zien. Bepaalde leerlingen krijgen tijdens de les wat langer (aangepaste) instructie. De leerkracht verzamelt deze leerlingen rond de instructietafel. Leerlingen die deze hulp van de leerkracht op dat moment niet nodig hebben, zijn zelfstandig aan het werk. Krijgt uw kind extra hulp of gaat uw kind een aangepast programma volgen, dan worden ouders/ verzorgers hier altijd van op de hoogte gesteld. Bij leerlingen met ernstige lees- en spellingsproblemen volgt de leerkracht het protocol dyslexie. Voor leerlingen met ernstige rekenproblemen wordt het protocol dyscalculie gevolgd. Beide protocollen zijn in te zien bij de intern begeleider.

Voor kinderen die extra uitdaging nodig hebben, zijn er de projectgroepen. Kinderen die hiervoor in aanmerking komen, werken in en buiten de klas met dit extra materiaal naast hun gewone werk. Zij doen dit samen met gelijkgestemde leerlingen van het Kompas. Voor de leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong handelen wij volgens het protocol hoogbegaafdheid. Dit protocol is in te zien bij de intern begeleider.

5.1.3 Speciale hulp buiten de klas

Het kan voorkomen dat uw kind in aanmerking komt voor extra intensieve begeleiding. U wordt door de mentor hiervan op de hoogte gesteld. De leerlingen worden één tot drie maal per week uit de groep gehaald voor extra hulp met als doel het probleem op te lossen. Na het opmerken van een stagnerende ontwikkeling volgt in een aantal gevallen het diagnosticeren, het onderzoek doen naar oorzaken. Voor wij zo’n onderzoek doen, wordt er altijd om toestemming van de ouders gevraagd. Onze intern begeleider en remedial teacher, Patty Wubben, doet onderzoek en neemt aparte toetsen af om de hiaten in de ontwikkeling in kaart te kunnen brengen. Ze observeert in de diverse units ook de werkhouding, de concentratie, de zelfstandigheid, de gespannenheid, enz.

Wij bieden fysiotherapie aan op school. Leerlingen die in aanmerking komen voor een fysiotherapiebehandeling kunnen hiervoor worden aangemeld. Kosten voor deze behandeling worden vergoed door uw zorgverzekering. Ook logopedie bieden we op deze manier binnen de school aan.  Telefoonnummers voor aanmelding logopedie en fysiotherapie zijn in het directiekantoor te verkrijgen.

Het kan ook zijn dat uw kind extra hulp nodig heeft onder schooltijd van een externe persoon. Wij werken nauw samen met Bureau de Leerweg. De Leerweg begeleidt kinderen met leerproblemen en biedt ook huiswerkbegeleiding. De kosten voor deze begeleiding zijn voor de ouders. Informatie over De Leerweg is te vinden op https://deleerweg.com.

5.1.4 Hulp van buiten de school

We hebben veel kennis in huis, maar soms hebben ook wij wat extra hulp nodig. De school bepaalt voor welke leerlingen we deze hulp inschakelen. Regelmatig hebben we contact met de orthopedagoog, vooral als het gaat over grotere problemen op leer- of gedragsgebied. Extra hulp krijgen we ook van bijv. de schoolarts, de logopediste of de zorgregisseur van Gemeente Westland die op geregelde tijden de kinderen tijdens hun schoolloopbaan bekijken en met ons bespreken. We kunnen ook mensen uit het speciaal basisonderwijs benaderen voor begeleiding of consultaties. De school kan ook, nadat u daarvoor toestemming heeft gegeven, een beroep doen op de zogenoemde “boven schoolse voorzieningen” van het Samenwerkingsverband Westland. Uw kind kan met uw toestemming geplaatst worden op een speciale school voor basisonderwijs (S.B.O.-school). (Zie bijlage 1)

5.1.5 Doubleren of versnellen

Een leerling kan een jaar doubleren of versnellen als de ontwikkeling daartoe aanleiding geeft. Er wordt onder andere gekeken naar : leerresultaten, vaardigheden, leeftijd, werkhouding en sociaal-emotionele ontwikkeling. Een eventuele doublure of versnelling wordt altijd besproken met de mentor, de intern begeleider en de ouders/ verzorgers. Een mogelijke doublure wordt uiterlijk in april aangegeven door de mentor. De mentor zorgt voor een onderbouwing van het besluit en gesprekken hierover worden vastgelegd in het leerlingdossier. Bij twijfel wordt een oordeel gevraagd van de directeur. Uitgangspunt is altijd dat het welbevinden van het kind centraal staat. Dit geldt ook voor onze zogenoemde ‘herfstleerlingen’, kinderen geboren tussen oktober en januari. Bij deze groep leerlingen wordt samen met ouders extra kritisch gekeken wat voor een kind de beste keuze is.

5.1.6 De rol van het Samenwerkingsverband Westland in onze school en Passend Onderwijs

Naast de invoering van Passend Onderwijs is de grootste verandering voor ouders, leerlingen en scholen de zorgplicht die per 1 augustus 2014 ingevoerd is. Deze zorgplicht geldt formeel voor de schoolbesturen. Voorheen moesten ouders/verzorgers zelf op zoek naar een passende onderwijsplek voor hun kind; nu ligt deze verantwoordelijkheid bij de schoolbesturen. Dit betekent dat scholen ervoor moeten zorgen, dat ieder kind dat op hun school zit, of zich bij hun school aanmeldt, een passende onderwijsplek krijgt binnen het samenwerkingsverband. (Een samenwerkingsverband voert samen met de schoolbesturen de wettelijke taak van Passend Onderwijs uit. In het Westland is dit het ‘SPOW’, www.spow.nl). Meer informatie over de rol van het SPOW vindt u in Bijlage 1.

5.2 Externe zorginstanties

5.2.1 Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland West (JGZ)

Een gezonde groei en ontwikkeling is belangrijk voor elk kind. De jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen volgen samen met ouders/ verzorgers de groei en ontwikkeling van het kind. Ze begeleiden ouders/verzorgers bij de opvoeding. Samen zoeken ze naar antwoord op álle vragen. En ze geven noodzakelijke vaccinaties. Soms hebben ouders/ verzorgers een steuntje in de rug nodig. Ook dan staan de deskundige medewerkers voor ouders/verzorgers klaar. Zie verder Bijlage 4 in onze schoolgids.

5.2.2 Zorgregisseur

Onze school werkt nauw samen met de zorgregisseur van het Sociaal Kernteam Westland. Een zorgregisseur denkt mee en zoekt samen met school en ouders naar de oplossing voor een vraag of probleem. De zorgregisseur bespreekt wat ouders zelf kunnen doen, maar ook hoe eventueel buren of vrienden kunnen helpen en welke algemene voorzieningen in de gemeente door iemand gebruikt kunnen worden. Als dat nodig is, schakelt de zorgregisseur professionele zorg of ondersteuning in. Bijvoorbeeld als er specialistische en/ of langdurige zorg nodig is. De zorgregisseur maakt samen met ouders een ondersteuningsplan op maat. De zorgregisseur neemt niet de regie over, maar stimuleert en helpt om de regie zo lang mogelijk in eigen hand te houden. Hij of zij regisseert wel dat alle betrokken hulpverleners goed samenwerken. Op school zijn er folders over het Sociaal Kernteam Westland en de zorgregisseur te verkrijgen. Daarnaast is onze zorgeregisseur, Daniëlle Janszen, op afroep aanwezig en kunt u vrijblijvend bij haar terecht met uw vragen.

5.3  Opvang van nieuwe kinderen op school

Nieuwe gezinnen zijn van harte welkom op onze school om een afspraak te maken voor een rondleiding. Na deze rondleiding kan overgegaan worden tot inschrijving of ouders/verzorgers kunnen het inschrijfformulier meenemen en dit later, wanneer de definitieve keus is gemaakt, bij ons inleveren. Het inschrijfformulier inleveren, mag pas vanaf de derde verjaardag. De rondleiding kan al wel ervoor plaatsvinden. Ongeveer 6 weken voordat het kind 4 jaar wordt, krijgen ouders/ verzorgers een informatiebrief en een intakevragenlijst toegestuurd. Samen met de mentor worden wenafspraken gemaakt. Een kind komt bij ons maximaal 5 dagdelen wennen in de twee weken voor de vierde verjaardag. Tijdens de wenperiode vindt een intakegesprek plaats tussen de mentor en de ouders/ verzorgers.

Nieuwe leerlingen afkomstig van een andere basisschool worden via de directeur aangemeld. De directeur heeft een gesprek met de ouders. Zij maken afspraken over een “wen”ochtend. Daarnaast informeert de intern begeleider bij de school van herkomst naar de leerlinggegevens en onderwijsbehoeften. Daarna wordt besloten of de leerling wel of niet geplaatst kan worden. Bij deze afweging kijken wij altijd naar de balans in de groep en de zorg die het kind nodig heeft.

5.3.1 Overdracht kindcentra naar de basisschool

Veel kinderen bezoeken de peuterspeelzaal of een kinderdagverblijf, voordat zij naar de basisschool gaan. De kinderen krijgen een educatief programma aangeboden en doen daar veel ervaring op met gevarieerd materiaal. De pedagogisch medewerkers observeren de kinderen tijdens de verschillende activiteiten. De gegevens die zij hieruit verkrijgen zijn voor de school van belang om een goede, evenwichtige groepsindeling te maken. Deze gegevens worden via een overdrachtsformulier doorgegeven aan school. De peuterspeelzalen en kinderdagverblijven zorgen samen met de scholen voor de overdracht. Indien de school nog meer informatie nodig heeft, verwachten wij medewerking van de ouders/ verzorgers. Wanneer men hiertoe niet bereid is, kan de school van plaatsing van het kind afzien. Mocht het zo zijn dat na plaatsing toch blijkt dat het voor een kind of voor de groep wenselijk is om een kind in een andere groep te plaatsen, dan kan de school in overleg met ouders hiertoe besluiten.

5.4  Plaatsing van kinderen met een handicap op school

Al jaren biedt onze school mede plaats aan leerlingen met een handicap. Deze leerlingen vinden hun weg in het reguliere onderwijs mede dankzij goed overleg tussen ouders en school. Onze school vraagt en krijgt hulp van leerkrachten van scholen van speciaal onderwijs om de gehandicapte kinderen zo optimaal mogelijk te begeleiden. Deze hulp wordt ook ambulante begeleiding genoemd. Gehandicapte kinderen kunnen na goed overleg tussen ouders en school bij ons op school geplaatst worden. Het beleid omtrent plaatsing van gehandicapte kinderen bij scholen van WSKO is omschreven in een ‘stappenplan’. Ook hierbij staat het welbevinden en de ontwikkeling van het kind en de groep waarin het komt voorop.

5.5 Overgang basisonderwijs - voortgezet onderwijs

De leerkracht(en) van de Unit Bovenbouw geven  aan de leerlingen van leerjaar 7 tijdens het oudergesprek in juni een pré-advies voor het voortgezet onderwijs. Dit advies is gebaseerd op de opbrengsten van het kind gedurende de schoolloopbaan, de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. en de werkhouding. Bij het tot stand komen van het advies zijn de (huidige) mentoren, Intern begeleider en de directeur betrokken.

In januari  gaan de schoolverlaters onder schooltijd bij verschillende scholen op bezoek. Ouders/ verzorgers kunnen ook buiten schooltijd met hun kind naar de open dagen.

In februari doen al onze schoolverlaters mee aan de doorstroomtoets van DIA. In maart krijgen alle leerlingen hun definitieve advies waarna zij één week de tijd krijgen om zich in te schrijven op een school voor voortgezet onderwijs. Het defintieve advies kan naar aanleiding van de uitslag van de doorstroomtoets nooit naar beneden worden bijgesteld. Wanneer een kind een hogere score heeft op de doorstroomtoets dan het voorlopig advies, mag een school het advies heroverwegen. Ook nu worden daarbij de eerdere opbrengsten, de sociaal -emotionele ontwikkeling en de werkhouding van het kind meegenomen.

Voor elk kind dat de school verlaat, wordt een onderwijskundig rapport geschreven door de mentor. Hierin staan de vorderingen van het kind, de gebruikte methodes, aanwezigheid van handelingsplannen en de ervaringen van de school met de desbetreffende leerling.  Dit onderwijskundig rapport wordt met ouders doorgenomen tijdens het definitief adviesgesprek. Ook krijgen ouders hier een afschrift van mee naar huis.

Het is uiteindelijk aan de school voor voortgezet onderwijs of een kind wordt aangenomen.

Zie bijlage 7  voor de informatie vanuit de rijksoverheid mbt de advisering en procedure richting het voortgezet onderwijs.

5.6  Opbrengsten van ons onderwijs

Drie keer per jaar hebben onze groepsleerkrachten een leerlingbespreking met de intern begeleider en de directeur. Hierbij staan toetsresultaten en de sociale ontwikkeling van kinderen centraal. In het team hebben we meerdere keren per jaar een opbrengstbijeenkomst, waarbij de toetsopbrengsten schoolbreed bekeken worden. Hierna worden er waar nodig actieplannen opgesteld. De directeur heeft meerdere malen per jaar overleg met de intern begeleider, waarbij de ontwikkeling op sociaal-emotioneel en cognitief gebied centraal staat.

Uitstroomgegevens schooljaar 2024/2025 (14 leerlingen)
OpleidingUitstroom percentage
VWO14%
HAVO/VWO22%
HAVO14%
Theoretische leerweg29%
Kaderberoepsgerichte leerweg7%
Basisberoepsgerichte 7 %
Praktijkonderwijs7 %
Resultaten DIA Eindtoets
2022-2023354,4
2023-2024351,3
2024-2025357,6

5.7 Protocol medicijnverstrekking en medisch handelen

5.7.1 Een kind wordt ziek op school

Een kind komt ’s ochtends gezond op school en krijgt tijdens de schooluren last van hoofd-, buik- of oorpijn of wordt door bijvoorbeeld een insect gestoken. Uitgangspunt is dat een ziek kind naar huis moet. De school neemt contact op met de ouders/ verzorgers en overlegt met hen wat er moet gebeuren. Ook al lijkt het kind met een eenvoudig middel te helpen, hierin zijn wij als leerkracht uiterst terughoudend. We nemen contact op met de ouders/ verzorgers en vragen toestemming om een bepaald middel te verstrekken. We vragen hen vervolgens deze toestemming per e-mail te bevestigen. Als ouder(s)/verzorger(s) niet te bereiken zijn, kan de leerkracht, na overleg met een collega, een eenvoudig middel geven. Bij twijfel raadplegen we altijd een arts en blijven we het kind goed observeren.

5.7.2 Medicijnverstrekking en medische handelingen

Soms krijgen directeuren en leerkrachten het verzoek van ouders/verzorgers om hun kind – door een arts voorgeschreven – medicijnen toe te dienen. Wij doen dit volgens het volgende protocol: https://lumencms.blob.core.windows.net/media/243/Protocol%20medicijnverstrekking%20en%20medisch%20handelen_2021-05-21.pdf

Link naar formulier overeenkomst medicijnverstrekking/medisch handelen: 

  1. https://form.jotform.com/211403595463050 (digitaal invulbaar, daarna uitprinten)
  2. https://lumencms.blob.core.windows.net/media/243/Overeenkomst%20medicijnverstrekking%20of%20medisch%20handelen_printversie.pdf (uitprinten en met pen invullen)

5.8 Meldcode huiselijk geweld

Elk jaar zijn meer dan 100.000 kinderen van 0 tot 18 jaar slachtoffer van (huiselijk) geweld en/ of kindermishandeling. De overheid zet zich in om huiselijk geweld en kindermishandeling te bestrijden. Om de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling te verbeteren, is de wet ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ ingevoerd. Deze meldcode is vanaf begin 2012 van kracht gegaan en geldt voor de gezondheidszorg, het onderwijs, de kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en justitie. Een meldcode is een stappenplan waarin de handelingsmogelijkheden staan beschreven die nodig zijn bij signalering en handelen van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling. Het doel van een verplichte meldcode is dat sneller en adequater wordt ingegrepen. Door het consequent toepassen van de meldcode zal de vroegsignalering van huiselijk geweld en kindermishandeling verbeteren en worden minder kinderen geconfronteerd met geweld en mishandeling. Alleen de ontwikkeling van deze meldcode is niet voldoende, deze moet ook worden gebruikt. De meldcode valt binnen onze interne zorgstructuur, de taak als aandachtsfunctionaris wordt op dit moment ingevuld door onze intern begeleider, Patty Wubben. Het protocol is ook bij haar in te zien. Patty Wubben bewaakt procedures en helpt met signaleren, daar waar de kinderen schade kunnen oplopen binnen de opvoeding. Dit kan fysieke of emotionele mishandeling zijn, maar ook vormen van verwaarlozing.

“Op de Aventurijn werken we samen aan de basis”